De zon als one and onlylichtbron voor plantengroei is natuurlijk al langer verleden tijd. Naast het alleen ’s nachts bijlichten, om de groei niet te onderbreken, wordt er al een hele tijd volop en met succes geëxperimenteerd met 100% ledlichtteelten in van zonlicht afgesloten loodsen. 

Nieuw is de volgende stap: planten helemaal zonder licht laten groeien. Kan dat ook? Jazeker!, denkt de milieutechnoloog David Strik die zich specialiseerde in de zogenaamde elektro-fotosynthese. Om te bewijzen dat planten om te kunnen leven en groeien aan stroom genoeg hebben ontving hij recentelijk een zogenaamde open-mindbeurs van de Stichting voor Technische Wetenschappen van 50.000 euro.

 

Echt makkelijk blijkt het nog niet om ‘stekkergroenten’ te produceren. Vooralsnog nemen alleen azijnzuurproducerende bacteriën genoegen met ‘slechts’ stroom als voeding. De eerste pogingen richting lichtloze plantengroei die Strik gaat wagen zijn met algen en zeewier, want om elektriciteit te laten stromen, ben je gebonden aan een waterig milieu.

 

Afgeleefd zonlicht

Ondanks mijn ontzag voor deze en vele andere wonderbaarlijke mogelijkheden van de moderne technologische landbouw, die ons lijken te ‘bevrijden’ van onze afhankelijkheid van de zon en de aarde, heb ik toch een paar vragen bij deze nieuwe manier van planten laten groeien.

Eerste vraag: beseft deze onderzoeker wel dat elektriciteit niets anders is dat tweede- of derdehands zonlicht? Voor niets komt alleen de zon op en stroom moet dus altijd ‘gemaakt’ worden uit kolen bijvoorbeeld (die afkomstig zijn uit door de zon gegroeide planten), wind (op gang gebracht door de koude- en warmte stromen, veroorzaakt door de warmte van de zon) of de kortste weg: via zonnepanelen. Het omzetten van ‘raw’ zonne-energie in elektriciteit kost áltijd energie en meestal ook geld. (Als was het maar die van de productie van zonnepanelen) Ik vermoed dat David Strik deze productiekosten niet meenam in zijn bewering dat het produceren van planten met stroom straks 50 x (!?) efficiënter zal zijn dan door de zon. Vanuit het besef dat de echte zon bestaat uit miljoenen verschillende organisch nauwkeurig op elkaar afgestemde, plaats- en seizoensgebonden frequenties, is in mijn beleven de door de mens met hulp van elektriciteit geproduceerd licht een behoorlijk eentonig en verarmd en afgeleefd zonlicht. 

 

Oneindige landbouwgrond

Als motivatie voor zijn onderzoek geeft Strik aan dat de ontwikkeling van deze nieuwe techniek noodzakelijk zal zijn om de in 2050 verwachtte 9,6 miljard mensen te kunnen voeden. Want zo stelt hij: ‘landbouwgrond is eindig’. Met deze opvatting staat Strik niet alleen: er wordt door voedings- en landbouwwetenschappers graag beweerd dat we al die verwachtte extra monden niet kunnen voeden met grond- en zongebonden biologische en biodynamische manieren van landbouw. Vele onderzoeken laten dat zien. Echter, en daar is een stuk minder aandacht voor, evenzovele onderzoeken tonen intussen aan dat dit wél kan! Een recent voorbeeld is de overzichtsstudie uitgevoerd door onderzoekers van de Washington State University.* Deze onderzoekers bekeken honderden studies over biologische landbouw en vergeleken die op vier punten met gangbare landbouw: de productiviteit, milieuvriendelijkheid, economische opbrengst en menselijk welzijn. De uitkomst van die vergelijking is dat biologische landbouw wél voldoende opbrengst kan leveren, en ook nog winstgevend kan zijn voor boeren, het milieu beschermt en het welzijn van de arbeiders en boeren verbetert. En niet te vergeten het ultieme ‘bijproduct’ van grond (- en zon) gebonden biologische en biodynamische landbouw: het behoud én het herstel van plantaardige en dierlijke biodiversiteit. Allemaal cruciale zaken die de voedselproductie én de gezondheid van planten, dieren en mensen op lange termijn waarborgen. Dat landbouw slecht zou zijn voor bodems en dat die ‘op’ kunnen raken geldt alleen voor stukken grond die bewerkt worden met chemicaliën.

 

Kwetsbare kasplantjes

Veel, zo niet bijna alle, tomaten en komkommers die in de supermarkt liggen worden geteeld op substraat (zoals glaswol) en/of onder kunstlicht (bestaande uit beperkte golflengtes van ledlampen). Hiermee zijn deze voedingsplanten, die groeien op nauwkeurig afgepaste in water opgeloste mengsels van voedingsstoffen in feite ‘aan het infuus gelegd’. Met het introduceren van de elektro-fotosynthese, die de plant helemaal ontkoppelt van (zon)licht, raken onze planten mijns inziens nog ‘verder van huis’. Ze belanden ermee zowat op de intensive care. 

 

Recht uit de zon

Vanwaar die behoefte aan een almaar verdere technologisering van onze voedingsproductie, aan het steeds verder afstand nemen van de echte zon en de echte aarde, vraag ik mij af? Is het werkelijk alleen om alle monden mee te kunnen voeden? Zitten er misschien toch diepere plantenfysiologische inzichten achter en is het pure wetenschappelijke nieuwsgierigheid, of is het echt alleen om geld mee te verdienen? 

Intens genietend van de voorjaarzon op mijn gezicht, vind ik het moeilijk mij voor te stellen dat de echte zon ooit overbodig zou worden in de voedselproductie. Als, zoals algemeen bekend is in Scandinavische landen, zonlicht mensen uit hun winterdip kan tillen, dan moet onze bijzondere lichtster toch ook iets essentieels met planten en dieren en dus met onze voedingskwaliteit doen? Mijn idee: was er niet meer gewonnen geweest wanneer beurs van 50.000 euro zou worden gebruikt om grond vrij te kopen voor de verdere ontwikkeling van de biologische en biodynamische landbouw? Vanwege de levensbrengende ‘lichtinjectie’ aan onze voeding met echt zonlicht, recht uit de echte zon. 

 

 

https://www.foodlog.nl/artikel/kort/plant-gedijt-met-stekker/

** Reganold, J.P. and Wachter, J. M. (2016) Organic agriculture in the tweny-first century, Nature plants 2: 15221

Wat kies je: zongerijpte of elektrisch gegroeide voeding?

 

In heel veel godsdiensten werd en wordt de zon uitbundig vereerd en bezongen als goddelijke vreugde- en levenskrachtenbrenger aan planten, dieren, mensen en aarde. Soms in de vorm van aanbidding van een op de zon gelokaliseerde zonnegod zoals Aton in het oude Egypte, Sol in de Noorse mythologie en Ahuro Mazdao uit in het oude Perzië. Geen haar op het hoofd van alle zonaanbiddende gelovigen zou kunnen bedenken dat de zon ooit overbodig zou worden voor plantengroei.