Vlees, met of zonder levenslust?

 

Als je vlees eet, neem je een stukje lichaam van een dier tot je. Maar hoe zit dat met het gevoelsleven? Eet je dat er ook bij op? Ruim een eeuw geleden sprak Rudolf Steiner over de werking van vlees op de mens. Ook onze tijd kent wijze mensen die iets verder kunnen kijken. Marieke de Vrij (1953) is zo iemand. Zij vertelt over vlees eten anno 2022.

 

Tekst: Petra Essink

 

Antroposofisch bekeken eet je met het vlees ook een portie levensenergie (het etherlichaam) en een afdruk van het gevoelsleven van het dier (het astraallichaam). Over de vertering en werking van vlees heeft Rudolf Steiner aan het begin van de vorige eeuw van alles gezegd (zie kader). Hij voorzag de ziekmakende ontwikkelingen in de veehouderij, die zeer ongezond vlees zou gaan voortbrengen. Zijn voorspelling kwam uit. Maar hij sprak zich niet uit over de werking van bio-industrie vlees op de mens.

Gelukkig, onze tijd kent ook zieners. Marieke de Vrij geeft aan in staat te zijn de tijdgeest helder aan te voelen. Ze noemt zichzelf zieneres en maatschappelijk raadsvrouwe. Het is haar streven de bezieling terug te brengen in de samenleving. Marieke heeft het talent om verhelderend licht te laten schijnen op actuele maatschappelijke vraagstukken. Zoals vleesconsumptie, in een tijd van grootschalige dieronwaardige veehouderij

 

Vlees in vroegere tijden

Marieke vertelt dat het nuttigen van vlees in vroegere tijden werkte als een krachtbeproeving. “Door vlees te eten raakten mensen verweven met de zielekwaliteit van het dier. Met berenvlees ontwikkelden ze ‘berenkwaliteit’ en bizonvlees gaf ‘bizonkracht’. Daarmee konden ze de omgeving waarin ze leefden beheersbaar maken. Vlees werd altijd gegeten vanuit noodzaak, respect en dankbaarheid voor het gestorven dier, vanuit een onbewust maar soms ook al bewust dieper weten van wederzijdse afhankelijkheid.”

“In deze tijd is vlees niet meer nodig om te overleven”, zegt Marieke. “Vlees eten is door de meeste mensen kunstmatig aangeleerd. Het geeft een beleven van welvaart. Een grote groep mensen kan prima zonder vlees, maar voor sommige personen is het ook in deze tijd nog altijd ondersteunend.”

 

Krachtmeting met planten

Interessant om hierbij te vermelden dat Steiner het ook heeft over een krachtmeting. Niet met vlees maar met plantaardige voeding, waarvan hij voorspelt dat dit een steeds groter aandeel in onze menu van de toekomst zal hebben. “Vlees is makkelijker te verteren dan plantaardige voeding”, zegt hij. De omvorming van plantaardige voeding naar menselijke substantie is veel moeilijker en spreekt daarom ál onze verteringskrachten aan. Van vlees naar menselijke substantie is voor ons spijsverteringssysteem een relatief eenvoudige stap. Zo eenvoudig dat een deel van de beschikbare verteringskrachten ongebruikt blijft. En juist die ongebruikte krachten, belasten en verzwakken ons, aldus Steiner. Het verteren van plantaardige voeding kun je zien als een training die het zenuwstelsel opfrist. Steiner: ‘Het stimuleert het zien van grotere verbanden, en je leert de samenhang van je gedachten beter beheersen.’

 

Vervreemdend vlees

“Vlees van dieren die een genoeglijk leven hebben geleid is energetisch doortrokken van levenslust en vitaliteit”, constateert Marieke. “Als zo’n dier aan het eind van zijn leven vanuit dankbaarheid en met respect naar het slachthuis wordt geleid, offert het zich makkelijker als voedsel voor mensen. Zo’n rustig geleefd dierenleven heeft een sterke positieve uitwerking op de kwaliteit van het vlees. En daarmee op de psyche van de mens.”

“Het onder druk staan van het dierenwelzijn veroorzaakt groot psychisch leed bij dieren. Hun offerbereidwilligheid neemt af en slaat menigmaal om in afkeer. Dat uit zich onder andere in de toename van vruchtbaarheidsproblemen en dierziekten als Q-koorts en vogelgriep. Als dieren hun levenslust verliezen, stress ervaren en vervreemden van hun natuurlijke omgeving, werkt dat energetisch door in hun lichaam. Ook het gegeven dat in de grote slachthuizen geen respect en dankbaarheid meer gevoeld en getoond wordt heeft een sterke uitwerking. Het brengt dieren in heftige doodsnood. De emotionele trillingen van die angst blijven na het slachten gevangen in het vlees. Dus als je veel vlees eet van dieren die te snel zijn opgefokt en die onder stress zijn geslacht, dan consumeer je hun vervreemding en doodsangst. Daarna vindt er in de vertering een samensmelting van menselijke en dierlijke energieën plaats. Dat belemmert het helder duiden en scherp blijven kijken naar onze eigen emoties. En het belast mensen met niet goed traceerbare gevoelens van matheid, depressie, angst en doemdenken. Maatschappelijk kan dat leiden tot een toename van agressie en apathie. Dat steeds meer mensen opgelopen spanningen en ‘korte lontjes’ hebben, heeft hier eveneens mee te maken.”

 

Melk met of zonder blijheid

“Koeien hebben tot een bepaalde hoogte een natuurlijke offerbereidheid om een deel van hun melk aan de mens te schenken, als dit in dankbaarheid ontvangen wordt. Koemelk en geitenmelk van BD-veehouderijen die het natuurlijke gedrag van hun dieren eerbiedigen produceren melk die energetisch van een hoge kwaliteit is”, vermeldt Marieke. “Echter voor de grootschalige melkveehouderijen, geldt een ander verhaal. De hoge productie die wij vragen maakt het geven van melk dier-oneigen. Ondanks de psychische benardheid waarin we de dieren hebben gebracht, blijven ze op stoïcijnse wijze melk geven. Die gevoelsbeleving, die traumatisch van aard is, werkt door in het product melk. Het gevolg is dat de hoogwaardige vitaliteit afneemt. Het is melk zonder ‘blij-gevoeligheid’ en zonder ‘de zijnskwaliteit van wezen met wat is”, formuleert Marieke.

“Je kunt het vergelijken met een stressvolle moeder die haar baby zoogt en daarmee gelijktijdig haar onrust op het kind overbrengt. Via het zog wordt niet alleen melk met voedingselementen doorgegeven, maar ook de psychische spanning van de moeder. Van borstvoeding is daarnaast bekend dat ook psychologische informatie vanuit de vrouwelijke lijn energetisch wordt doorgegeven. Dus als een vrouw haar kind zoogt komt een deel van haar familiegeschiedenis vanuit de vrouwelijke lijn via het zog energetisch bij haar kinderen terecht. Bij koeien en kalveren werkt dat precies zo. Naarmate koeien in de loop van hun geschiedenis meer getraumatiseerd raken door de dier-oneigen wijze waarop ze gehouden worden, zal diegene die de melk drinkt daarmee ook iets van die geschiedenis opnemen. Het toenemend aantal kinderen met een koemelkallergie is hier mede het gevolg van. Daarnaast schrijdt de menselijke evolutie voort; kinderen en mensen die fijnzinnig en gevoeliger zijn afgestemd, voelen of hun voeding hun spirituele processen wel of niet werkelijk ondersteunt. Het geestelijke leven van een mens verdient volwaardig voedsel als basis en ondersteuning voor zijn ontwikkelingsproces.”

 

Deze tekst is geschreven op basis van uitspraken van Marieke de Vrij die eerder zijn gepubliceerd op www.devrijemare.nl

 

[kader]

Rudolf Steiner over het eten van dierlijke producten

Steiner gaf aan het begin van de vorige eeuw aan dat vleesvoeding mensen aan de aarde kluistert. De positieve kant daarvan is dat vlees mensen een aards houvast geeft, het stimuleert persoonlijke interesses en roept op tot dapperheid, durf en moed. De keerzijde van vleeseten, aldus Steiner, is dat het je blik op grote spirituele verbanden vertroebelt. Dat komt doordat vlees ons zenuwstelsel belast met onverteerbare dierlijke instincten en emoties, die we met ons mee moeten sjouwen. Hoewel hij ziet dat vegetariër worden uiteindelijk voor iedereen is weggelegd, benadrukt hij dat lang niet alle spijsverteringsstelsels daar nog geschikt voor zijn. Hij spreekt uit dat ieder mens die aan zijn/haar innerlijke ontwikkeling werkt en naar bewustzijnsverruiming streeft, ergens op zijn ontwikkelingsweg vanzelf een afkeer van vlees zal krijgen. Hij ziet dat als een geleidelijke weg, waarin de plantaardige voeding een steeds groter aandeel zal krijgen in ons menu.

Over veganistisch eten is Steiner niet zo enthousiast. “Een zuiver plantaardig menu maakt mensen tot ‘spiritueel strevende zonderlingen’, zegt hij. Zijn idee: omdat wij als mens de verschillende natuurrijken buiten ons, ook ín ons dragen- is het zinvol om van al die rijken, ook het dierlijke, iets tot ons te nemen. Al die rijken willen aangesproken worden en gekend worden, ook in onze vertering. Als je alleen maar planten eet zou je je verbinding met de aarde en met de mensen om je heen verzwakken. Als aanvulling geven melk- en melkproducten mensen ‘wat extra gewicht’, aldus Steiner. Melk is met name ook voor kleine kinderen een belangrijk voedingsmiddel.

Bronnen: GA 145 Twee voordrachten gehouden in Den Haag op 20 en 21 maart 1913; GA 230 Twee voordrachten gehouden in Dornach op 9 en 10 november 1923
[Einde kader]